This article was written for the course Science Communication and Journalism 2024.
Een onzichtbaar probleem: ondervoeding in Nederlandse ziekenhuizen
By Fardou Haagsma
Ondervoeding is niet iets typisch Nederlands lijkt het. Volgens diëtiste Iris van Vliet denken mensen bij ondervoeding al snel aan magere kinderen in Afrika. “Dan denken we ‘Ja, hier in de welvarende wereld hebben we dat niet’”, zegt Van Vliet. “Maar we weten dat dat wel degelijk het geval is.”
Ondervoeding is ook in Nederland een probleem en artsen zien het ook in ziekenhuizen nog vaak over het hoofd. Dit bleek uit het onderzoek van diëtiste Iris van Vliet in het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), dat zij publiceerde in 2022. Dit onderzoek liet zien dat zo’n dertig procent van de patiënten in het UMCG al ondervoed is bij opname en zo’n veertig procent het ziekenhuis ondervoed verlaat.
Artsen missen ondervoeding snel. Zo ontdekte Van Vliet dat 90 procent van de ondervoeding in patiënten met overgewicht met de huidige screening onopgemerkt bleef. Daarom is het volgens haar belangrijk om het beeld bij te stellen dat we van ondervoeding hebben. Dit beeld dat mensen, ook zorgmedewerkers, hebben van ondervoeding klopt namelijk vaak niet, zegt ze. Patiënten zijn regelmatig verrast wanneer Van Vliet vertelt dat ze ondervoed zijn: “Mensen zeggen zelf vaak ook: ik heb wel wat reserve.”
Het Kenniscentrum Ondervoeding omschrijft ondervoeding als een toestand waarin een tekort aan voedingsstoffen of energie leidt tot nadelige effecten op lichaamssamenstelling, het functioneren en de gezondheid. Eiwitten en vitamines zijn voedingsstoffen waar ondervoede mensen een tekort aan kunnen hebben. Ook kan ondervoeding betekenen dat iemand een te lage spiermassa heeft of dat de spiermassa relatief laag is in verhouding tot de vetmassa. Dit laatste komt volgens het kenniscentrum relatief vaak voor bij mensen met obesitas.
Het is volgens Van Vliet belangrijk om ondervoeding op tijd op te sporen, aangezien de gevolgen ervan groot kunnen zijn. Patiënten die ondervoed zijn hebben namelijk een grotere kans om te overlijden, stelt ze: “We zien meer complicaties, wonden die niet goed genezen en dat mensen weer sneller in het ziekenhuis komen.” Daarnaast heeft ondervoeding effecten op het dagelijks leven van patiënten. “Mensen worden vaak zwak en koud.”
Hoe ziekenhuizen ondervoeding opsporen
Veel van de huidige screeningsmethodes voor ondervoeding, zoals “Malnutrition Universal Screening Tool”, sporen voornamelijk patiënten op die een laag BMI hebben of plotseling veel zijn afgevallen. Maar het BMI is onbetrouwbaar wanneer deze gebruikt wordt om in te schatten of iemand ondervoed is, schrijft arts-onderzoeker aan de Nicolaus Copernicus University Jacek Budzyński in het boek “Biomarkers in Nutrition”. Het BMI als maatstaf werkt volgens zijn onderzoek niet goed bij mensen met overgewicht of bij mensen die veel vocht vasthouden.
Daarnaast spoort deze methode volgens Van Vliet ondervoeding vaak pas op als het te laat is en een patiënt al ondervoed is. Het spoort geen patiënten op die een verhoogd risico hebben om ondervoed te raken. De diëtist vindt het daarom belangrijk dat behandelaars breder kijken dan alleen gewicht en BMI. Ze pleit ervoor dat zorgmedewerkers ook spiermassa gaan meten, signaleren wanneer patiënten minder zijn gaan eten, en kijken naar risicofactoren, zoals klachten die eten en drinken moeilijk maken. Dit wordt al steeds meer gedaan, maar hoe deze screening precies verloopt, verschilt per ziekenhuis.
Bovendien is het lastig om te bepalen wie wanneer gescreend moet worden, geeft Van Vliet toe. Je zou namelijk het liefst iedere patiënt die binnenkomt op al deze factoren willen onderzoeken, maar daar is in het huidige zorgsysteem geen geld of tijd voor: “De zorg staat onder druk.”
Initiatieven rondom voeding in ziekenhuizen
In de laatste jaren krijgt ondervoeding in Nederland wel meer aandacht, ook vanuit de politiek. In 2022 zette het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, samen met 13 partijen uit de zorg, hun handtekening onder het Integraal Zorgakkoord. Met dit akkoord spraken ze onder andere af om binnen de zorg meer aandacht te geven aan gezond leven, waaronder gezonder eten en meer bewegen. Door dit verbeterdoel leeft het onderwerp voeding meer in de zorg, noemt Van Vliet.
Een van de initiatieven die naar aanleiding hiervan is opgestart is “Goede Zorg Proef Je”. Dit initiatief streeft ernaar om in vijftig procent van de ziekenhuizen een gezond voedselaanbod te hebben voor patiënten, bezoekers en medewerkers, wat in 2030 naar honderd procent zou moeten.
Ook het UMCG is hier al mee bezig, zegt Van Vliet, onder andere door hun patiënten op een andere manier maaltijden te laten bestellen. Op dit moment moeten patiënten dat nog een dag van tevoren doen, omdat het eten in een grote centrale keuken wordt bereid. In de nabije toekomst hoopt het UMCG over te kunnen op een systeem waarbij op meerdere afdelingen een keuken is, waarbij patiënten korter van tevoren aan kunnen geven wat ze graag willen eten. Dat is een goede ontwikkeling, zegt Van Vliet. “Uit eerder onderzoek is gebleken dat patiënten waarschijnlijk beter eten als ze kort van tevoren kunnen bepalen wat ze willen eten en wanneer.”
Wanneer een ziekenhuispatiënt te maken heeft met ondervoeding, kijken vaak meerdere specialisten mee. Iedere specialist kijkt daarbij naar zijn eigen vakgebied, waarbij de diëtist expert is op het gebied van voeding. Het Kenniscentrum Ondervoeding benadrukt dat samenwerking van verschillende specialisten binnen het ziekenhuis en samenwerking van het ziekenhuis met andere zorginstanties, zoals thuiszorg en diëtisten, buiten het ziekenhuis belangrijk is.
Van Vliet benoemt dat er al stappen zijn gezet om deze samenwerking te verbeteren, maar dat neemt niet weg dat er nog veel ruimte is voor verbetering. “Wij kunnen niet bij iemand in de koelkast kijken”, en dat maakt het lastig om te weten of patiënten thuis genoeg gezonde voeding binnenkrijgen, “dus daar moeten we zeker iets mee.”
Voorlichting over ondervoeding
Hiervoor zijn echter wel grote veranderingen nodig in de educatie over ondervoeding binnen de zorg. Onderzoek in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport liet zien dat er in 2017 binnen de bachelor gemiddeld 27 uur onderwijs werd gegeven over voeding, leefstijl en gezondheidsbevordering. In Groningen was dat maar 5 uur, ontdekte ook Van Vliet. Hoewel dit gemiddelde landelijk in 2019 volgens onderzoek van de Stichting Student & Leefstijl steeg naar 57 uur, is er volgens Van Vliet nog altijd ruimte voor verbetering.
Daarnaast zou Van Vliet graag zien dat het bewustzijn over gezonde voeding en ondervoeding bij mensen groeit: “Wat is goede voeding voor jou? Wat heb je nodig?” Het Voedingscentrum geeft hierover goed advies, zegt Van Vliet. Ook zou het volgens haar goed zijn voor mensen om zich meer bewust te zijn van het belang van bewegen voor hun gezondheid: “Voor een goede spiermassa moet je voldoende eten, maar dat is niet genoeg als je dat niet combineert met voldoende beweging.”
Er is niet een “schuldige”
“Als je een krantenkop zou zien met ‘40 procent van de patiënten gaat ondervoed het ziekenhuis uit’, dan denk je misschien: ‘Wat een slecht ziekenhuis! Die hebben de zaakjes niet op orde’. Maar dat is het niet denk ik”, zegt Van Vliet. Ze vindt het belangrijk te benadrukken dat mensen die in het ziekenhuis liggen erg ziek zijn en dat ze vaak ondervoed raken door een samenloop van omstandigheden die deels ook berusten op pech: “Dat is niet eigen schuld, dikke bult of iets dergelijks.” Ze denkt ook dat het niet realistisch is om te denken dat ziekenhuizen alle ondervoeding de wereld uit gaan helpen: “Maar we moeten er wel iets mee doen. Dat vind ik wel onderdeel van de zorgplicht.”
